Efteling wedstrijd
In de maand oktober nam het vijfde leerjaar deel aan de ‘Efteling’-wedstrijd van Het Belang van Limburg.
De leerlingen moesten een gedicht schrijven waarin 16 woorden voorkwamen.
Daarna moesten ze stemmen welke van hun gedichten het best was.
Dit is de top 3.
Op de derde plaats:
Lang geleden…
Lang geleden was er een moeder die gebruikte altijd poeder.
Op een dag at ze een appel en toen kwam er veel gebabbel.
Ze woonde in een kasteel en die was heel geel.
Ze kocht een kikker en noemde ze Hikker.
Ze gaf de kikker aan een draak en dat gebeurde heel vaak.
De draak at de kikker op en vertelde een mop.
Maar opeens werd ze een prinses en gaf ze de kabouter les.
Toen ontmoette ze een prins en die heette Vince.
Ze trouwden en vouwden… (veel bootjes)
Op een dag kregen ze een kind en die noemden ze Langnek, want hij had een hele lange nek en een hele grote bek!
De volgende dag kwam de heks, die was heel boos en plukte daarom een roos.
Ze droeg gelukkig de laatste mode van meneer van de Rode.
In het sprookjesbos woonde een wolf met een rotte bananentros.
Als je zegt: “Wat kan je goed dichten.” Dan zeg ik: “Zonder mijn hemd op te lichten.”
Einde.
Van Kevin
Op de tweede plaats:
Er was eens een rode kabouter, die heette Wouter.
Hij leefde in het sprookjesbos en feestte er graag op los.
Op een dag boven op de nek van Langnek, at hij een appel als een rare gek.
Toen kwam de draak, die spuwde heel vaak.
Hij kwam naar de wolf, die speelde golf.
Daar kwam de heks met moeder Leks.
Ze gingen naar een lang kasteel, waar een kikker zat met een bezemsteel.
Daar kwam de prins met de prinses… Ze leefden gelukkig met een dochtertje van zes.
Van Anouk
En op de eerste plaats:
Lang geleden was er eens een draak.
Als hij vuur schoot, was het altijd raak.
Gelukkig raakte er niemand gewond.
Tot op een dag Langnek voor hem stond.
Hij zei: “Ga weg uit het sprookjesbos.
En laat nu onmiddellijk die kabouter los!”
De kabouter met de rode hoed bibberde van schrik.
Hij kreeg zelfs de hik.
Toen kwam de wolf eraan.
Hij vroeg: “Wat heb jij gedaan?”
De prins en prinses waren er ondertussen ook.
Ze waren zo bang! Ze zagen precies een spook!
De heks kwam er ook bij staan.
Ze had een appel vast, geen banaan.
Die appel was zo rood als bloed.
De heks liet hem vallen en alles was weer goed.
Moeder zat in het kasteel, het verhaal is verteld.
En de kikker was ook meteen gerustgesteld.
Van Britte
