Opstel voor de wedstrijd van het Davidsfonds

Webmaster-1 | 11-12-2010 12:07

Het milieu kan je leven kosten!

 

Lena stapte de school uit, ze kon wel schreeuwen van blijheid. Het was weekend!

Ze ging dit weekend naar haar tante Ann.

Lena’s moeder vond haar zus Ann nogal raar. Ann had heel, maar ook heel veel belang voor de natuur en het milieu. Niet dat het Lena niks scheelde, maar ze zag het nut er niet in om haar tijd te verknoeien.

 

Lena liep nog een beetje piekerend naar huis.

 

Toen Lena thuiskwam hoorde ze haar moeder zeggen: “Lena, koffers nu!”

Lena liep de trap op naar haar kamer, voor haar moeders kamer bleef ze staan. Haar moeder was een heleboel koffers aan het inpakken.

 

“Mam, we gingen toch maar een weekend?” Zei Lena glimlachend. Nog eens keek ze naar de koffers. Haar moeder die het niet zo grappig vond pakte verder in en wees ondertussen naar de deur van Lena’s kamer. Lena liep naar haar kamer, pakte een koffer en ging inpakken. Ze had aan de ene kant veel zin om haar tante nog eens te zien en aan de andere kant niet. Tante Ann is altijd zo “groen”, altijd gaat natuur en milieu voor. Eén keer was tante Ann zelfs door de straten aan het lopen met een bord: “GEEN VUIL IN ONZE NATUUR!”. Toen schaamde Lena zich wel.

 

Ze keek tevreden naar haar koffer die ze net dicht kreeg. Nu stond ze aan haar moeders kant, geen wonder dat haar moeder zoveel koffers had, ze wou al haar kleren mee.

Haar moeder had meer kleren als Lena, meer kleren als een 13-jarig meisje is best normaal, maar haar moeder had kasten vol. Lena liep naar beneden waar haar zusje Sofie vrolijk zat te springen op haar stoel. “Wij gaan naar tante!” Zong Sofie vrolijk.

Lena wist dat Sofie het om het geld deed. Maar Lena was ook ooit zo.

Lena liep naar de bank en ging zitten.

 

Wat zouden we morgen gaan doen vroeg Lena zich eigenlijk af.

Lena bleef nog even op de bank zitten en ging daarna eten toen haar moeder haar aan tafel riep.

 

Lena maakte vast haar huiswerk. Ze wist dat ze in het weekend geen tijd ging hebben. “Lena, help je met de afwas.” Zei haar moeder. Mopperend liep Lena naar de afwasberg. “Wouw”. Kwam er alleen uit Lena’s mond. Ik ga in hongerstaking. “Geen afwas meer!” Ze begon met afwassen. Daarna ging Lena slapen. Morgen moesten ze er om half 7 uit.

Toen de wekker van Lena om 6 uur afging, protesteerde Lena tegen het geluid.

Moeilijk stapte Lena uit haar bed en liep naar beneden, pakte`een boterham en smeerde de boterham. Ze at haar eten op en ging naar de badkamer. Lena poetste haar tanden, douchte, en kleedde zich aan. Lena liep naar beneden. Haar familie zat druk te praten. “Lena, eindelijk! Hup, de auto in!” riep haar vader. Daar gingen ze dan. Terug naar tante Ann!

Na een paar uur rijden kwamen ze aan. Ze stopte bij een station. Ze stapte uit en keken rond. Binnen de 5 seconden was tante Ann gevonden met haar milieuvriendelijke kleren. Ze liepen naar haar toe. “Tante!” riepen Lena en haar zusje in koor.

Haar moeder en tante Ann gaven elkaar een knuffel en de vader van Lena hield het bij een bescheiden handdruk en drie kussen.

 

“Welke trein moeten we nemen?” Vroeg Lena. “Kind, doe niet gek! Mijn huis is hier 2 kilometer vandaan!” zei tante Ann en ze begon voorop te lopen.

Daar begint het al, zei Lena in haar gedachten. Na 2 kilometer kwamen ze moe bij tante Ann’s huis aan. Lena liep naar binnen en keek rond.

 

“Ik toon jullie kamers!” Zei tante opgewekt. Lena en haar zusje volgden haar de trap op. Ze kwamen boven aan en zetten hun koffers op hun kamer. Ze liepen de trap af.

Tante glimlachte en zuchte. “We zijn weer bij elkaar” Bij lena’s moeder kwam een glimlachje op haar gezicht. Die avond zaten ze voor het vuur.

~

Tante zat te vertellen over ho~e ze ooit iemand had betrapt en haar leven had gewaagd.

“Ann! Je maakt de kinderen bang!” riep Lena’s moeder. Ze duwde Lena en haar zusje de trap op.  “Ga maar slapen.” Lena liep de trap op en kleedde zich om. Ze ging in bed liggen en piekerde nogal veel over wat tante Ann had gezegd. Na een tijd viel ze in slaap.

Die ochtend werd Lena wakker en pakte een paar kleren, haar tasje met spullen en liep naar de badkamer.

 

Toen Lena wou douchen was het water ijskoud. Lena gilde en deed haar badjas aan.

Ze ging naar beneden. Daar zag ze haar tante. “Tante, het water..” Haar tante onderbrak haar. “Gewoon onder gaan staan het wordt na een minuutje wel wat warmer¨.”

Lena liep de trap op en ging er onderstaan. Ze douchte zich en kleedde zich om. Ze liep naar beneden. Lena at een boterham en ging daarna haar tanden poetsen. Ze liep weer naar beneden. “Mag ik de stad in?” vroeg Lena aan haar moeder en tante. Ze knikten allebei ja. Lena ging dus winkelen in de ochtend en in de middag met haar tante op pad.

Lena liep door de straten en keek rond. Ze dacht nog eens aan het verhaal van haar tante.

Ze zag wat blikjes op straat en wou ze oprapen. Lena raapte ze op en stopte ze in de vuilbak. Ze liep nog wat door. Ze zag zoals tante al zei heel veel auto’s. Even slikte Lena. Veranderde ze in een kopie van haar tante. Ze begon door te lopen en keerde na een tijdje terug naar het huis van haar tante.

 

“Hallo!” riep Lena vrolijk. Sofie zat ondertussen haar geld te tellen. “Ik heb 10 euro gekregen!” schreeuwde ze toen Lena binnenkwam. Lena aaide haar over haar hoofd, wat Sofie niet leuk vond en liep naar Ann.” “Wat gaan we vandaag doen?” Vroeg ze terwijl ze ging zitten.  “We gaan naar een recyclefabriek” zei Ann.

 

Lena keek Ann dom aan. “Meen je dat?” Ann lachte en schudde haar hoofd. “ Nee, we gaan wat wandelen door het park en zo een paar dingen.” Lena zuchtte diep en liet zich wat achterover vallen. Ze wachtte tot haar vader en moeder thuiskwamen van hun ochtend in de stad en dat ze dus konden gaan eten.

 

Na een halfuur kwamen Lena’s moeder en vader thuis.

“Een geweldige stad is dit!” Zei Lena’s moeder. Toen ze gingen eten vertelde haar moeder uitgebreid over wat ze hadden gedaan. Na het eten wasten Ann en haar moeder af. Daarna gingen ze naar het park. Toen ze de deur uit stapten zei Lena nog snel: “Zijn alle lichten uit?”

 

Haar moeder keek Lena raar aan. Ann daarentegen glimlachte en zei: “Ja, dat kijk ik altijd na, ik wist niet dat jij daaraan dacht.” Vrolijk liep tante Ann verder. Ze vertelde nog over haar avonturen. Ze wandelden door bergen, parken en zelfs grote weiden.

 

Ze ruimden ook veel papiertjes, blikjes op of zeiden tegen mensen die op de grond gooide dat ze het moesten opruimen. Na een tijdje viel Lena hijgend op een bankje neer.

“Mogen we ~een ijsje?” vroeg Sofie blij en sprong op en neer. “Oké dan!” zei Ann en vroeg aan iedereen wat ze wilden. Daarna liep ze weg, naar de ijscowagen.

 

Lena zag wat kinderen spelen.

Een van de kinderen gooide iets op de grond. Lena stond op en liep naar het jongetje toe.

“Raap dat een op!” Lena keek naar het blikje op de grond. “Je bent bezig met`de milieuvervuiling, weet je dat?” Het jongetje stopte het blikje in de vuilnisbak en liep weg.

Lena ging terug naar het bankje waar Ann al met de ijsjes klaar stond.

“Wouw, dat had ik niet van je verwacht, Lena” zei Ann.

 

“Hij vervuilt de natuur!” zei Lena terwijl ze haar ijsje pakte. Ze begon eraan te likken en keek nog rond of nog iemand anders iets op de grond gooide. Ann begon wat tips te zeggen tegen Lena’s moeder en vader. “Gebruik weinig water en recycleer, doe het licht uit en gebruik geen overbodige dingen zoals water terwijl je je haar wast, en ga met de fiets. Dat helpt het milieu.” Die avond toen ze weer voor het vuur bij Ann thuis zaten vertelde Ann dat de wereld ging vergaan. Dat het milieu je leven kan kosten. Daar was Lena wel bang van geworden.

 

Lena’s moeder die tegen die verhalen was stuurde de kinderen weer naar boven.

Daar gaan we weer, dacht Lena. Ze kleedde zich om en keek nog even naar haar zusje. Daarna liep ze haar kamer in en ruimde al wat op. Morgen vertrokken ze terug naar huis. Dus was het beter al wat opgeruimd. Lena ruimde dus een deel op en ging daarna slapen.

Lena werd wakker van heel wat geklets beneden. Ze pakte wat kleren, douchte zich heel snel en kleedde zich om. “Hoi iedereen” zei Lena en at een eitje met spek.

Daarna poetste ze haar tanden en ging de kamer helemaal opruimen en haar koffer inpakken.

 

“Lena doordoen!” zei haar moeder. Lena kwam met haar koffer naar beneden en keek rond. Ze gaf tante Ann een knuffél en fluisterde in haar oor: “Ik zal voor het milieu zorgen.” Tante Ann die er toch wel van schrok dat een van haar nichtjes haar begreep knipoogde naar Lena en liep mee tot aan het station.

 

Lena stapte in en zwaaide naar haar tante tot die uit het oog was verdwenen.

Toen Lena thuiskwam was ze blij haar huis weer te zien maar ze miste Ann en haar tips ook wel. Lena probeerde nog wat tips te herhalen. Ze pakte een blad en begon de tips op te schrijven.  “Niet teveel water, licht uit, geen overbodige dingen” zei ze hardop terwijl ze het opschreef.

 

Lena ging die avond vroeg slapen. Ze was wel moe na zo’n weekend.

Lena kroop in haar bed en droomde over een groene wereld. Die ochtend douchte Lena snel zonder teveel water. Kleedde ze zich aan, at een beschuit en poetste haar tanden.

“Ik ga de stad in!” riep ze naar haar moeder.

“Moet ik je brengen?” Zei Lena’s moeder.

 

Lena die de deur al half dicht had schreeuwde nog rap: “Nee, ik ga met de fiets!” Ze pakte haar fiets en ging naar de stad. Ze keek rond en ging daarna in het park zitten.

Het was nog best wel vroeg. Ze zag iemand met wat vuilniszakken lopen.

Wat doet die hier? Dacht Lena. Ze ging kijken toen de man een bootje pakte en naar het midden van het meer roeide.

 

Hij dumpt zijn afval! Lena sprong vanachter de struik en riep: “MENEER DAT MAG NIET!”

De man schrok zich dood en roeide terug omdat hij nog maar half weg was.

“Ik doe wat ik wil!” Lena stond er een beetje kinderachtig bij.

“U mag geen vuilnis storten!” zei Lena opnieuw.  De man duwde Lena op de grond. Lena kwam overeind en ging de man achterna. Ze wou nog in de boot springen van de man maar viel in het meer. Nadat ze uit het water was geklommen zag ze een vrouw met een hondje en liep er naar toe.

 

“Die man gaat vuilnis storten!” De vrouw schrok en pakte haar telefoon.

Ging ze de gemeente bellen?

Lena riep de man die vuilnis storten nog een paar keer.

Na een tijdje kwam de gemeente inderdaad opdagen. De gemeente onderzocht ook het meer. Het blijkt dat er vaker in dat meer gestort is zie een man tegen Lena.

Lena ging naar huis en liep de hal in.

 

“Hoi” Zei Lena tegen haar zusje en ouders. Haar zusje begon te lachen en haar ouders keken verschrikt op. “Lena is een zwerver!” lachte Sofie Lena uit.

Lach maar! Ik heb daarnet wel het milieu een kleine duw in de rug gegeven! zei Lena trots.

 

Emilie Hendriks